Nederlands – Hoe organiseer ik haalbare boekbesprekingen? Tips van collega’s

29 september 2018

Tijdens een vakvergadering in het Spectrumcollege campus Lummen ging het op een bepaald moment over een hanteerbare aanpak van boekbesprekingen. De collega’s van de vakgroep kwamen zelf met interessante suggesties. Ik vroeg hen om een aantal daarvan op papier te zetten. Hieronder vind je enkele van hun voorstellen. De werkvormen die zij in de 2de graad toepassen, kun je zeker eveneens in de 3de graad gebruiken. Hun tweede voorstel is overigens ook erg geschikt voor de 1ste graad.

1 Boekbespreking Nederlands, 3 of 4 tso (Handel)  /  3 of 4 aso (Geert Swinnen, Spectrumcollege campus Lummen)

De leerlingen lezen een boek bedoeld voor hun leeftijd (of ouder). De leerkracht controleert dit, waarna de titel en auteur genoteerd worden op een blad om te vermijden dat een leerling telkens hetzelfde boek kiest.

Om de beurt komt een leerling tijdens de les bij de leerkracht om een gesprek te hebben over het boek. De klasgenoten volgen dit gesprek niet, maar krijgen andere opdrachten zoals voorbereidingswerk. Zo verlies je als leerkracht niet te veel tijd. Indien de opdrachten niet klaar zijn, moeten de leerlingen die tegen een bepaalde datum thuis afwerken. Deze werkwijze is heel erg bruikbaar in kleine groepen. In grotere groepen kun je tijd besparen door minder vragen te stellen of het vertellen van de inhoud beknopt te houden. 

De op voorhand (thuis) voorbereide vragen voor de boekbespreking kunnen verschillen naargelang de geziene leerstof. Hieronder volgen enkele voorbeeldvragen.

  • Waarom heb je nu net dit boek gekozen?
  • Wat is het thema van het boek? Vertel beknopt (twee minuten) de inhoud van het boek en zorg ervoor dat de link met het thema heel duidelijk wordt.
  • Zou je op dezelfde manier handelen/reageren als de protagonist? Indien ja, waarom? Indien nee, waarom niet en wat zou je dan anders doen?
  • Hoeveel punten op tien zou je persoonlijk aan het boek geven? Leg uitvoerig uit waarom je dit cijfer hebt toegekend. Verwijs naar gebeurtenissen in het verhaal, de personages, de schrijfstijl, de vertelperspectieven, de ruimtes en tijd …
  • Je kunt nog andere vragen stellen al naargelang de geziene leerstof: personages, ruimte, tijd, literatuur of triviaallectuur … Dit kun je zo uitgebreid maken als je wil.

Terwijl de leerling de korte inhoud van het boek vertelt, bladert de leerkracht door het boek en noteert zaken die hij nadien kan vragen. Het gaat dan over personages die niet besproken zijn door de leerling, een titel van een hoofdstuk uitleggen of het hoofdstuk situeren in het verhaal, uitleggen waarom bepaalde passages cursief gedrukt staan enz.
Zo kun je als leerkracht gemakkelijk achterhalen of de leerling het boek echt gelezen heeft.

De leerlingen ervaren deze werkwijze als minder bedreigend (vooral in het tso), want ze moeten niet voor de zoveelste keer voor de klas over een boek komen vertellen. Ze geven ook aan dat ze door de  verduidelijkingsvragen van de leerkracht  dieper op de bespreking kunnen ingaan: het gesprek is namelijk geen monoloog, maar een dialoog. Ook beseffen ze dat ze het boek echt wel moeten lezen, want wie een online samenvatting uit het hoofd heeft geleerd, zal door de extra vragen en het gesprek snel door de mand vallen. 

2 Boekbespreking Nederlands, 4 aso (Isabelle Geebels en Geert Swinnen, Spectrumcollege campus Lummen)

Ook nu weer kiezen de leerlingen een boek bedoeld voor hun leeftijd of ouder.

Opdracht

Je kruipt in de huid van een personage uit je boek. Gebruik hiervoor ook typische kledij en attributen. Vanuit het standpunt van het personage probeer je op een enthousiaste, expressieve manier de leden van je groep te overtuigen van het boek/verhaal. Je hoeft het einde niet te verklappen. Breng ook je boek mee zodat de groepsleden er eens in kunnen bladeren. Leef je in je rol in. Voor je presentatie krijg je maximaal twee minuten. Dit wordt getimed!

Als ieder groepslid aan het woord geweest is, wordt er anoniem en eerlijk gestemd: wie heeft zijn/haar boek het best verdedigd? Wie heeft me enthousiast gekregen? Een groepslid telt de  stemmen. De winnaar gaat verder naar de finale.

In deze finale proberen alle groepswinnaars de klas op dezelfde manier te overtuigen van  hun boek/verhaal. Ook hier volgt er weer een anonieme stemming om te bepalen wie de klaswinnaar is. De leerkracht telt de stemmen luidop, samen met een leerling. De winnaar krijgt een klein geschenk. 

Enkele praktische suggesties

  • Voorzie vooraf twee blanco stemstrookjes per leerling.
  • Timers vind je o.a. op de volgende website: www.schoolbordportaal.nl/timers.html.
  • Kopieer het blad waarop de leerlingen achter hun naam de titel en de auteur noteren. Zo heeft iedere leerling een mooi overzicht met heel wat titels en kunnen ze op het blad aanduiden welke boeken interessant lijken. Misschien kunnen ze die boeken later dan zelf lezen. 
  • Zich verkleden en attributen gebruiken is niet verplicht, maar het kan zijn dat de klasgenoten dit een extra argument vinden om die bepaalde leerling als winnaar uit te roepen.
  • Finale: ex aequo. Stel een extra vraag, bv.: ‘Hoeveel pagina’s telt je boek?’ Wie het dichtst bij het juiste antwoord komt, is de winnaar. Je kunt ook de auteur van het boek of de uitgeverij vragen. Degene die het snelst antwoordt, wint.
  • Aangezien er geen punten op deze boekbespreking staan, moet je wel op voorhand goed afspreken dat wie niet in orde is of het boek niet gelezen heeft, een schriftelijke samenvatting moet maken met daarbij een uitgebreide beoordeling.
  • De leerlingen ervaren deze opdracht als heel erg leuk en spannend. Ze beseffen ook dat ze het boek echt wel gelezen moeten hebben, want de ervaring leert dat ze het als heel gênant ervaren als ze in hun groepje niets kunnen vertellen. Ook geven ze aan dat ze heel goed over de inhoud van het boek moeten nadenken om overtuigend te kunnen zijn in slechts twee minuten.
  • Deze opdracht kan in één lesuur als je van tevoren de werkwijze duidelijk uitlegt.

Heb ook jij interessante tips voor een werkbare aanpak? Deel ze met je collega’s. Mail ze door en ik neem ze op in de nieuwsbrief. Het kan het vele correctiewerk alleen maar verlichten.