Moderne vreemde talen

04 september 2020

#tousensemble #alltogether #allezusammen ... bekijk onze nascholingsfolder voor leraren Moderne vreemde talen

 

Aanbod 2020-2021 

Beste collega’s

Wij hopen dat de vakantie deugd gedaan heeft. Deze was meer dan ooit verdiend!

Op naar het nieuwe schooljaar…

In het onderstaand overzicht vinden jullie de geplande nascholingen voor Duits, Engels en Frans bij jullie pedagogische begeleidingsdienst van Katholiek Onderwijs Vlaanderen in Hasselt.

Meer info en inschrijven, kan via de linken per initiatief.

  • 25 september 2020 - Leerplanvoorstelling Basisopties MT van 9.30 tot 12 uur en netwerkopstart basisopties MT van 13 tot 16 uur.
    Leraren en schoolbeleid krijgen inzicht in de krachtlijnen en leerplandoelen van moderne talen van de basisoptie wetenschappen – moderne talen.
  • 2 oktober 2020 – EvaluatiecongresDIGITAAL
    Het evaluatiecongres wil jou in de eerste plaats inspireren om breder, meer ontwikkelingsgericht en misschien ook anders naar evaluatie te kijken. De keynote en een aantal sessies geven je inzicht in breed evalueren, manieren om ontwikkelingsgericht te evalueren.
    Daarnaast kan je ook kiezen voor sessies die je inspireren vanuit de praktijk: doel is om je praktische handvatten of tools te geven of tonen om concreet mee aan de slag te gaan in je klaspraktijk.
  • 9 oktober 2020: Lerend netwerk Engels 1e graad – van 9 tot 12 uur
  • 15 oktober 2020: Lerend netwerk Engels 2e-3e graad – van 9 tot 12 uur
  • 15 oktober 2020: Lerend Netwerk Duits - van 13 tot 16 uur
  • 19 oktober 2020: Lerend netwerk hoogbegaafdheid - van 13 tot 16 uur
  • 21 oktober - Lerend netwerk Frans 2de/3de graad - van 9 tot 12 uur
  • 26 oktober 2020 - Dag van de differentiatie – DIGITAAL - van 9 tot 16 uur
    Differentiatie valt niet meer weg te denken uit de lessen anno 2020. In de praktijk merken we dat het niet altijd zo eenvoudig is. Differentiatie vraagt heel wat van een school, van leraren. Wij willen je daarom een dag vol inspiratie geven rond dit bruisende thema.
    Tijdens deze dag van de differentiatie maken verschillende sprekers de theorie heel concreet en geven zij voorbeelden van hoe in de klas aan differentiatie gewerkt kan worden. We bekijken differentiatie vanuit verschillende hoeken: vanuit vakken, vanuit werkvormen, vanuit scholen, vanuit de theorie en vooral vanuit de praktijk.
  • 28 oktober – Lerend netwerk Frans 1ste graad – van 9 tot 12 uur
  • 12 november 2020 - Dag van de ICT – van 9 tot 16 uur 
    Tijdens deze nascholingsdag maken we leerkrachten vaardiger om ICT-doelen te implementeren in hun eigen vak en we reiken handvaten aan hoe je dit kan doen.
  • 20 november 2020 – Groepswerk evaluerenvan 9 tot 12 uur
    Een kort groepswerk evalueren in de klas, daar komt al een en ander bij kijken. Nog complexer wordt het als je langlopende groepswerken moet beoordelen, waarbij leerlingen ook buiten de schooluren moeten samenwerken. Tijdens deze sessie zoomen we in op de evaluatie van groepswerk in al zijn facetten. 
  • 15 januari 2021 - Werken met artistiek-literaire teksten - van 9 tot 12 uur
    Naar aanleiding van het succes van deze sessie op de dag van de talen 2020 en de vraag naar voorbeelden van aanpak in de taallessen met artistiek-literaire teksten organiseren we een uitgebreide nascholing hierover.
  • 11 februari -  Dag van de talen – van 9 tot 16 uur
    Ook volgend schooljaar zullen wij een goed gevulde dag van de talen organiseren bestaande uit verschillende workshops rond bruisende thema’s. Op 11 februari 2021 verwelkomen we je graag in Hasselt.
  • Leerplanvoorstellingen – modernisering secundair 2de graad – 2de semester
    De data worden later gecommuniceerd.

Wij wensen jullie een fijn schooljaar en zien jullie graag op één of meerdere van deze nascholingen.

Groetjes
David en Marlène

 

Lesgeven op school en op afstand: enkele tips. 

Beste collega’s  

Afstandsonderwijs; we werden erin gegooid en hebbeonze plan goed getrokken. We onthouden de sterke punten, leren uit de ervaring en zetten nieuwe stappen in dit nieuwe normaal. Een combinatie van afstandsonderwijs en live lessen zal hier voor sommige leerkrachten bij horen. 

Tussen 17 en 25 juni werden 555 leerlingen van alle leerjaren, hoofdzakelijk uit het aso (65%) bevraagd over welke lessen zij trokken uit de periode van afstandsonderwijs.  

Hun antwoorden waren de volgende: 

  • 72% van de scholieren wil regelmatig tijdens de schooluren van thuis uit voor school werken  
  • 79% van de scholieren wil zelfstandig hun werk inplannen  
  • 82% van de scholieren wil mee kunnen beslissen over de dagindeling  
  • 74% van de scholieren wil minder dan 32u per week naar school 
  • 69% van de scholieren wil meer digitaal werken in de klas 
  • 90% van de scholieren wil meer persoonlijke feedback van leerkrachten 
  • 70% van de scholieren wil minder toetsen en examens 

Met deze antwoorden in het achterhoofd willen we jullie verder op weg helpen in het voorbereiden van jullie lessen.  

De onlinelessen kunnen een sterke aanvulling zijn van de lessen op de klasvloer. Zij bieden de mogelijkheid om andere leerkansen te bieden, nog steeds binnen een krachtige leeromgeving,  om leerlingen in hun leerproces verder te begeleiden.  

Een beetje concreter 

In de klas laat je een luisterfragment 2 à 3 keer beluisteren. Voor de meeste leerlingen zal dit nodig zijn maar er zullen ook leerlingen zijn die met beluistering voldoende hadden. Ewat met de anderen die toch graag een 4de beluistering wensten, eventueel zelfs met gebruik van een pauzeknop? Goed onderwijs bieden is verschillen zien en kansen grijpen om meer op maat van de leerling te werken. 

Zo zouden je leerlingen tijdens de afstandslessen een aantal receptieve opdrachten kunnen maken of voorbereiden maar je kan hen evengoed vragen om de inhoud van de komende les alvast eens door te nemen; het idee achter flithe classroom. De klassikale kennisoverdracht maakt plaats voor video’s of andere vormen van (online) instructie bij de leerling op afstand. Het oefenen met de stof gebeurt vervolgens op school. Zo ontstaat er meer ruimte voor extra uitleg (enkel als die nodig is) en voor verdieping van de stof onder schooltijd. Ik denk dan concreet aan een nieuwe tijd, bijkomende woordenschat, herhaling van eerder geziene structuren. Deze onderdelen worden door de leerling individueel doorgenomen, via verbetersleutels kunnen de traditionele, (meer) gesloten opdrachten zelfstandig verbeterd worden en in de klas komt er ruimte voor communicatieve taalsituaties; de nieuwe leerstof wordt onmiddellijk ingezet met als doel om te communiceren. Met andere woorden; de onderwijstijd in de klas wordt herbekeken en andere keuzes worden gemaakt. 

Als een leerling zijn leestekst meermaals wil doornemen, wat langzamer doorheen de inhouden wil gaan, dan kan dat. Heeft de leerling nood aan de videoles nog eens af te spelen om de leerstof beter te begrijpen, bijvoorbeeld een ingesproken PPT, geen probleemMisschien kan het uurtje online les ook ingevuld worden als een vragenuurtje bij de leerkracht? Heeft de leerling vragen over de leerstof, dan weet hij de leerkracht te bereiken via het afgesproken kanaal. Het werken aan een feedbackcultuur krijgt hier zeker zijn plaats. Tijdens een liveles werk je aan de schrijfvaardigheid en kom je samen met je leerlingen tot een aantal succescriteria voor een sterke review te schrijven, of een klachtenmail te sturen, een persoonsbeschrijving, etc. Vraag je leerlingen om hun schrijfopdracht op een digitale wall te plaatsen en met een andere kleur feedback te noteren bij 2 andere teksten. Ze gaan aan de hand van de checklist met succescriteria na of deze aanwezig zijn in de andere tekstenBijvoorbeeld: is er een aanspreking, maken adjectieven en bijwoorden de beschrijvingen sterker, komt het antwoord overeen met de opdracht, etc. Bij een volgende les pimpen de leerlingen hun eigen tekst met de ontvangen feedbackDe eindversie wordt door de leerkracht bekeken.  

Of misschien is dit het ideale moment om leerlingen te vragen hun portfolio aan te vullen?  Vraag hen de taal meer naar zich toe te trekken volgens hun interesses; instagramberichten, reviews, videoclips, filmpjes, vakantiebestemmingen, cultuurverschillen, eetgewoontes, reportages, … 

Maar ook leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, krijgen hier kansen; leerstof die je kan verbreden of verdiepen door andere teksten of onderwerpen aan te bieden, complexere taken voor te stellen, meer projectmatig aan het werk zetten,… allemaal mogelijkheden bij deze combinatieonderwijsvormen. 

Afstandsonderwijs betekent voor een stukje loslaten wat je zeer goed kent en de verantwoordelijkheid bij de leerling te leggen. Zijn zullen hun planning meer in eigen handen hebben en dat kan soms mislopen. Maar ook daar zullen leerkrachten hen in begeleiden. Wij leren leerlingen nog meer groeien in autonomie, responsabilisering, communicatie en probleemoplossend denken. Niet voor niets enkele 21e -eeuwse vaardigheden! 

Nog enkele tips:  

  • begin met wat je kent en wat er werkte vorig schooljaar. 
  • pols bij je collega’s naar extra ideeën, een andere aanpak, een andere tool. 
  • check welke mogelijkheden, tools en materiaal jullie school nog kan aanbieden. 
  • bedenk welke doelen en opdrachten best live gegeven worden en welke digitaal / op afstand op een even goede (of zelfs betere) manier kunnen doorgaan.   

Succes! 

 

Waar staat de leerling? Startvragen voor een goed gesprek. 

In gesprek gaan met je leerlingen is niet altijd even eenvoudig. Toch haal je hieruit heel wat nuttige informatie. Hoe gaat het met hen, hoe hebben zij het einde van het schooljaar beleefd, zijn ze klaar voor een nieuw schooljaar binnen het nieuwe normaal? Hebben de vakantietaken hen verder op weg geholpen of hebben zij deelgenomen aan een zomerschool? Hoe staat het met hun leervorderingen voor jouw vak? Waar staan zij op hun groeilijn? 

Om jullie hierbij te helpen, geven we enkele startvragen die een gesprek op gang kunnen brengen. Deze kunnen in het algemeen gebruikt worden voor je vak of je kan de focus al bij de start op een vaardigheid leggen. Met deze vragen peil je naar de leermotivatie van de leerlingen, leg je de verantwoordelijkheid ook in hun handen en werk je samen aan een feedbackcultuur. 

Hoe gaat het met jou?  

Hoe heb je je gevoeld vorig schooljaar / deze eerste weken / dit trimester. 

Wat vind je (niet) leuk om te doen in de taalles? Kan je een voorbeeld geven van een activiteit dat vlot verlopen is? Wat kan je ondertussen al erg goed in deze taal? Welke oefeningen vind je moeilijk om te doen? 

Wat vind je zelf van je taalvorderingen tot nu toe?  

Plaats een kruisje op deze groeipijl. Hoe meer naar rechts, hoe taalvaardiger jij je voelt. 

Beschrijf je antwoord concreet. Geef eens een voorbeeld. Wat bedoel je precies?

Waar zou jou nog in willen groeien?

Wat zou je anders willen? Wat zou je tevreden maken? Op welk vlak kan of wil je groeien?

Wat zou je graag leren? Stel jij jezelf een doel?

Waar wil je op … (tijdstip, einde van dit gesprek) staan op het vlak van …?

  • Beschrijf dit eens concreet?
  • Wat maakt dat je het zo belangrijk vindt om aan dat doel te werken?
  • Wanneer zou je tevreden zijn?
  • Waaraan zal je merken dat je je doel hebt bereikt?

Wat zou jou nog meer uitgedagen?

Wat is jouw droom voor dit schooljaar, voor de toekomst?

Wat zie je zitten?

Wat zie je zitten? Wat zou je morgen / deze week / deze vakantie al kunnen doen?

Welke concrete acties ga je ondernemen?

  • Hoe ga je dit doen?
  • Wanneer wil je de eerste stap gezet hebben? Wat is een goed moment?
  • Als we volgende keer afspreken, waar wil je dan staan?
  • Zou een planning je kunnen helpen?

Wat heb je al eens uitgeprobeerd?

  • Wat is een eenvoudige eerste stap?
  • Wat zie je jezelf nog niet (zonder hulpmiddelen) doen?
  • Wat zorgt ervoor dat het nu wel gaat lukken?

Als je het lastig vindt wat zorgt ervoor dat je doorzet?

Wat heb je nodig om jouw taaldoelen te kunnen bereiken?

Wie of wat zou je kunnen helpen om de eerste stap te zetten?

  • Wanneer zou je beroep willen doen op deze hulp?
  • Wat verwacht je van deze hulp?
  • Waar of bij wie kan je inspiratie opdoen?

Dit document is opgesteld met als inspiratiebron “het leerlingcontact-groeifiche”; een samenwerking tussen het Atlas College School & Werk en onderzoekers aan de Hogeschool PXL- Education.

 

Beginsituatieanalyse: waar staan mijn leerlingen?

Een beginsituatieanalyse geeft zicht op het talig profiel van de leerlingen bij de start van het schooljaar.
De bedoeling is in kaart te brengen
  • wat leerlingen kunnen, hoever ze staan in hun communicatieve vaardigheden en in welke mate ze de talige bouwstenen die ze hiervoor nodig hebben, beheersen. (Woordenschat en grammatica zijn ondergeschikt aan de vaardigheden.)
  • hoe leerlingen staan tegenover Engels/Frans en hoe gemotiveerd ze zijn om de taal te leren.
Aan de hand van deze informatie geef je je lesaanbod vorm.
Hoe kom je tot een beginsituatieanalyse?

Stel je als vakgroep vooraf zeker volgende vragen (liefst in deze volgorde):

  • Wat wil je te weten komen over de beginsituatie van de leerlingen? Wees hier zo concreet mogelijk. Beperk je niet enkel tot het cognitieve aspect. Peil ook naar het welbevinden en de motivatie. Ook vragen rond hun verwachtingen en de plaats die Engels/Frans inneemt in hun dagelijks leven levert interessante informatie op.
    Maak als vakgroep hierin een keuze.
  • Hoe wil je dit te weten komen? Welk tools kan je inzetten om de juiste informatie te verkrijgen? Maak hierin een keuze.
    | zelfreflectievragen
    | observaties
    | informele gesprekken
    | zelfevaluatie-test
    | …

Zelfreflectievragen – enkele ideeën ter inspiratie:

  • Vind je Engels/Frans leuk? Waarom wel/niet? Indien niet, wat kan je boeien om toch graag Engels/Frans te doen? Welke werkvormen (groepswerken, online opdrachten …), inhoudelijke onderwerpen of opdrachten vind je wel leuk?
  • Vind je Engels/Frans zinvol? Waarom wil je de vreemde taal leren?
  • Waar wil je Engels/Frans gebruiken? Kom je buiten de school in contact met de vreemde taal?
  • Wat kun je al in de vreemde taal? (jezelf voorstellen, iets opzoeken op internet, iets vertellen over een onderwerp dat je leuk vindt, …)
  • Welke oefeningen/opdrachten vind je moeilijk om te doen?
  • Wat wil je zelf graag nog kunnen in de vreemde taal?
  • In welke vaardigheden voel jij je (minder) sterk: luisteren, lezen, spreken, gesprekken voeren, schrijven, schriftelijke interactie.
  • Hoe sterk voel jij je in het Engels/Frans? Geef jezelf een cijfer tussen 1 en 10. Hoe hoger het cijfer, hoe sterker je je voelt. Geef uitleg bij je cijfer, gebruik hierbij voorbeelden om uit te leggen wat je precies bedoelt.

​Tip: maak de vragen zeer gestuurd in de lagere jaren.

  • Kan je jezelf voorstellen in het Engels/Frans?
  • Kan je zeggen dat je je niet goed voelt en waar je pijn hebt?
  • Kan je een serie in het Engels/Frans volgen? Welke serie? Met of zonder ondertiteling?​

Observaties

Terwijl de leerlingen aan de slag zijn, observeer je doelgericht een of meerdere aspecten, zoals

  • competenties, vaardigheden
  • vertrouwdheid met leerstrategieën
  • de interactie met anderen in de klas
  • welbevinden en betrokkenheid
  • vertrouwdheid met reflecteren
  • de ondersteuningsbehoeften

Tip: observeer je leerlingen tijdens de eerste weken. Neem hiervoor voldoende tijd. Een beginsituatie vaststellen doe je niet in twee lestijden.

Informele gesprekken

Ook via informele gesprekken met de leerlingen voor of na de les, of tijdens een ander rustig moment, kom je heel wat nuttige informatie te weten over hun interesses, motivatie en de manier waarop ze zichzelf voor Engels/Frans inschatten.

Zelfevaluatie-test

Tip: wees heel voorzichtig met toetsen. Dit is dit slechts een momentopname en kan voor druk zorgen, zowel bij leerlingen als bij leerkrachten. Ga na wat er in de andere vakken gebeurt om te vermijden dat de leerlingen de ene zelftest na de andere moeten afleggen.

Wat wil je met de verkregen resultaten doen?

  • Hoe rapporteer je de resultaten? Aan wie rapporteer je de resultaten?
    Best is om dit hier woordelijk te doen, niet met punten. Ga zeker ook na wat de afspraken binnen de school zijn.
  • Hoe ga je met de resultaten als vakgroep aan de slag? Dit is belangrijk. Je analyseert de beginsituatie om er iets mee te doen. Anders heeft het geen zin. Stel je hierbij volgende vragen:
    | Op welke punten kan de leerling groeien? Wat heeft hij hiervoor nodig? Wie kunnen we hierbij betrekken? Schenk ook ruim aandacht aan positieve elementen: waar is de leerling reeds sterk in? Hoe kan dit als een kracht ingezet worden om verder te groeien?
    | Wat is haalbaar, zowel voor leerlingen als voor leerkrachten?
    | Welke aspecten ga je individueel (voor een bepaalde leerling) aanpakken? Durf ook hierin keuzes maken zodat je een leerling niet overlaadt met werkpunten.
    | Zijn er algemene bevindingen die je beter met de hele klasgroep aanpakt? Hoe? Overleg met de vakgroep om hierin een leerlijn over de jaren heen te krijgen.
  • Mogelijke concrete acties die je kan koppelen aan de resultaten:
    | Leestrajecten voor leerlingen die minder scoren op leesvaardigheid
    | Korte schrijfopdrachtjes op regelmatige basis
    | Extra driloefeningen op bepaalde grammaticale of lexicale aspecten in functie van de vaardigheden
    | …

Met dank voor de samenwerking aan de collega’s begeleiders MVT van Regio Mechelen-Brussel!

 

Online activerende didaktiek – enkele tips 

Met een starter in verbinding gaan.

Het doel is om alle leerlingen bij de start te betrekken.

In één woord

  • Via de chatfunctie of een mentimeter, een padlet, … vragen dat leerlingen 1 woord ingeven over:
    | hun weekend
    | hun kamer
    | hun huiswerk
    | hun gevoel
    | …
  • Als de gekozen tool het toelaat, kan je in een tweede fase vragen dat leerlingen het ingestuurde woord liken als dat voor hun ook van toepassing is.
  • Ga in gesprek met enkelen over hun antwoorden, hun likes, bv. de populairste.

Een poll organiseren

Bv. wie doet zelden, wie doet soms, wie doet veel …  gekoppeld aan een kort plenumgesprek.

Opfrissing van de vorige les

Noteer in de chat 3 dingen die je van de vorige les onthouden hebt.

Hieruit vertrek je om de nieuwe les aan te koppelen.

Lesverloop

Tegelijk een antwoord geven

  • De leerkracht stelt een vraag.
  • De leerkracht geeft de leerlingen even bedenktijd.
  • De leerlingen geven hun antwoord in de chat in maar sturen het nog niet door.
  • Pas op het moment dat de leerkracht het aangeeft, geeft iedereen tegelijk zijn antwoord in.

Wie later is met zijn antwoord, of telkens de laatste, daar heb je dan misschien een bedenking bij en kan je eventueel op doorvragen (of voor jezelf meenemen als dat meermaals het geval is en koppelen aan een persoonlijk gesprek).

Lezen en schrijven via een wall

  • Laat je leerlingen een tekst lezen. (Je kan hen vragen deze tekst een eerste keer als voorbereidend werk door te nemen om je klasactiviteit heel actief te houden).
  • Als de leerlingen hiermee klaar zijn, zetten ze hun scherm aan (of geven ze een duimpje of een ander symbool). Hieraan ziet de leerkracht hoe ver de leerlingen zijn.
  • Vervolgens vullen zij een antwoord aan op een Padletwall.
  • Als alle leerlingen een antwoord hebben geformuleerd, overloopt de leerkracht de verschillende walls (want er waren er 3). De klas was in 3 groepen verdeeld. Elke leerling zag slechts 1 wall.
  • Leerlingen vergelijken de antwoorden en zien of er verschillen zijn over de 3 muren. Hierover gaat de leerkracht in gesprek met hen.

Omdat er gewerkt werd met meerdere muren (meerdere padletlinken) en de leerlingen slechts toegang hadden tot één muur, werden er meerdere verschillende antwoorden gegeven dan wat je soms bekomt op 1 muur.

Lezen en luisteren beknopt

Laat leerlingen in de chat hoofdzaken opnoemen van de gelezen of beluisterde tekst.

Bewegen en spreken

Beweging is belangrijk, ook tijdens een online les.

  • Vraag je leerlingen een voorwerp te kiezen uit hun kamer / huis dat ze voor 2 verschillende dingen kunnen gebruiken.
  • Vraag je leerlingen hun scherm aan te zetten en het voorwerp te tonen of een foto hiervan in te sturen op een platform of app.
  • Leerlingen zijn benieuwd naar elkaars antwoord.
  • Laat je leerlingen individueel of in kleine groepjes werken aan één van de volgende opdracht naar keuze:
    | Stel het product voor.
    | Verkoop je product en het multifunctionele van dit product.
    |…
  • Kies enkele leerlingen om in plenum hun voorstelling te geven.

Schrijven en vergelijken

  • Start met een brainstorm over een bepaald onderwerp of voorwerp. Je kan de antwoorden zelf ingeven en je eigen scherm delen of via een tool (bv. mentimeter) de woordenwolk delen. De leerlingen geven via menti.com hun antwoorden in.
    Voorbeeld: je laat een foto zien van een voorwerp dat iedereen kent. Welke 3 woorden link je hieraan?
  • Deel deze woordenwolk als hij klaar is. Dit is een stevig houvast voor je leerlingen.
  • Vraag je leerlingen om dit voorwerk in het kort te omschrijven en waar dit voor dient of hoe je het kan gebruiken.
  • Als iedereen zijn tekst heeft ingestuurd, worden de antwoorden gelezen en vergeleken. Dit kan eventueel eerst in kleinere groepen (aparte rooms) of in plenum.
  • Vraag je leerlingen om een top 3 te maken van de beste teksten.
  • Vraag je leerlingen heel concreet te vertellen waarom ze deze tekst zo goed vinden. (= succescriteria eruit halen).
  • Noteer deze succescriteria, deel deze aan je leerlingen en laat hen hun eigen tekst per twee verbeteren / pimpen.
  • De 3 beste teksten mogen de anderen helpen of een foto zoeken die het beste past bij hun tekst.
Slot

Leerlingen aan het woord – feedback voor de leerkracht

Laat leerlingen ingeven :

  • in één woord hoe ze de les ervaren hebben.
  • wat ze gemakkelijk én wat ze moeilijk vonden.
  • wat ze meer willen.
  • welke vraag ze nog hebben.
  • hoe ze de volgende les willen starten.

Enkele aandachtpunten:

  • Vooraf moeten de spelregels heel duidelijk zijn. Bv. je geluid uit, scherm aan als je rond bent, etc.
  • Aandacht om met elkaar te verbinden
  • Het doel van de opdracht, van de instructies moeten heel duidelijk zijn.
  • Regelmatig checken of het begrepen is, is nodig omdat je minder lichaamstaal kan observeren.
  • Varieer in opdrachten zoals in de klas; soms individueel, soms in groepjes, soms in plenum, soms kort doceren, etc.
  • Doe ook eens iets geks, iets creatiefs, betrek de leefwereld van de deelnemers.
  • Sorteer grondig de opdrachten die je tijdens het klasmoment wil doen en opdrachten die evengoed erbuiten, zonder jou, gemaakt kunnen worden.