CLIL

08 maart 2020

CLIL-rapport

Bram Bulté, Liesbeth Martens, Jill Surmont van UCLL voerden een praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek naar “CLIL in Vlaanderen”. Het doel van het project was te onderzoeken welke invloed CLIL op de spreek- en luistervaardigheid in de doeltaal heeft en de leesvaardigheid in het Nederlands. Men ging ook het effect op de motivatie en het welbevinden van de leerlingen na. Daarnaast focuste het onderzoek zich op hoe CLIL-leraren staan tegenover CLIL, hoe leraren en scholen zich voorbereiden en welke noden er zijn. 

Je kunt het rapport downloaden of hieronder de zeer beknopte samenvatting lezen: 

  • CLIL-leerlingen staan positief tegenover CLIL (leuk en interessant). De voornaamste reden voor leerlingen om niet met CLIL te starten is dat ze (onterecht) denken dat het te moeilijk isWanneer CLIL-leerlingen terug de overstap maken naar de niet-CLIL-les, gebeurt dit meestal omdat ze het als te moeilijk ervaren.  
  • CLIL heeft geen tot een positieve invloed op de algemene schoolse motivatie. Leerlingen die voor CLIL kiezen zijn van in het begin meer gemotiveerd om de doeltaal te leren dan de niet-CLIL-leerlingen,  
  • CLIL leren heeft geen significante impact op de motivatie om Nederlands te leren of op de leesvaardigheid in het Nederlands, noch op het leren van het zaakvak.  
  • CLIL heeft wel een significant positieve impact op de luistervaardigheid (en voor één cohorte leerlingen ook op de spreekvaardigheid) in de doeltaal. De CLIL-leerlingen bouwen op dit vlak al snel een voorsprong uit. 
  • Scholen kiezen voor CLIL om hun leerlingen betere toekomstperspectieven te biedenom de leraren uit te dagen en omdat het past in hun visie. De meeste leraren doorlopen een voorbereidingstraject, maar geven aan dat ze nood blijven hebben aan professionalisering.  
  • Dankzij CLIL gingen leraren interactiever lesgeven. Opvallend is dat ze aangeven dat het gebruik van het Nederlands geen taboe is. De leraren leggen de lat hoog voor de doeltaal: ze geven dan ook aan dat hun leerlingen niet aan hun verwachtingen voldoen. Nochtans blijkt uit het onderzoek dat CLIL-leerlingen een hogere taalvaardigheid bereiken dan niet-CLIL-leerlingen.  
  • De werklast blijft voor CLIL-leraren een grote nood. Verder is er vraag naar meer uitwisseling (bv. met andere CLIL-leraren) 

Het rapport doet een aantal aanbevelingen aan scholen, leraren, de Vlaamse overheid, lerarenopleiders, onderzoekers e.a. 

  • Scholen 
  • Geef je CLIL-leraren een duwtje in de rug: voorzie BPT-uren of een tijdelijke vermindering van bijkomende taken zoals toezichten.  
  • Zet in op overleg, niet alleen binnen het CLIL-team, maar ook tussen CLIL- en vreemdetaalleraren 
  • Leraren 
  • Besteed voldoende aandacht aan je voorbereiding.  
  • Wissel uit met collega’s, zowel intern, extern als internationaal. 
  • Vlaamse overheid:  
  • Ken extra uren toe aan de scholen die met CLIL willen starten, zeker in de beginfase van het project 
  • Investeer meer in verder onderzoek naar CLIL 
  • Stel gegevens over CLIL-scholen en hun CLIL-aanbod beschikbaar voor betrokkenen zoals ouders, begeleiders en onderzoekers, bijvoorbeeld via een geautomatiseerd systeem 
  • Lerarenopleiders, nascholingsinstanties en onderwijsverstrekkers:  
  • Zet bij nascholingsinitiatieven voor CLIL in op differentiatie zodat er beter ingespeeld kan worden op de noden van beginnende en gevorderde CLIL-leraren.  
  • Organiseer netwerken en uitwisseling, ook over de taal- en andere grenzen heen.  
  • Onderzoekers:  
  • Breid het onderzoek uit met vragen naar bv. het belang van de doeltaal, het CLIL-vak, specifieke leerlingprofielen (bv. leerlingen met een andere thuistaalleerlingen uit tso- en bso-richtingen, e.d.), ambities van leraren ten aanzien van de doeltaal, enz. 
  • Voer meer kwalitatief onderzoek naar de gehanteerde didactieken en de impact ervan op de leerlingen in de CLIL-klas.  
  • Volg leerlingenpopulaties gedurende langere tijd.