FAQ

Katholiek Onderwijs Vlaanderen ontving heel wat vragen via directies, leraren, GON-coördinatoren, pedagogisch begeleiders over de concrete werking van het ondersteuningsnetwerk en de inzet van personeelsleden. We hebben de meest urgente vragen gebundeld in een FAQ.

Ondersteuningsmodeltop

  • Aanmelden - Waar meld je aan ?

    Bij het zorgloket van jou knooppunt via het aanmeldingsformulier.

    Dit formulier kan je terug vinden via volgende link: https://begeleiding-limburg.katholiekonderwijs.vlaanderen/content/info-voor-scholen

  • Aanmelden - Wie kan ja aanmelden bij het zorgloket?

    Enkel die leerlingen die een GV (gemotiveerd verslag) of V (verslag M-decreet) hebben ongeacht welk type het is. ( T BA = basisaanbod, T2, T3, T4, T6, T7, T9)

  • CLB - Wanneer sluit het CLB aan bij een overleg vanuit het ONW regio Limburg?

    Het CLB zal niet altijd aanwezig zijn bij een overleg met de ondersteuner.

    Volgende knipperlichten zijn cruciaal om CLB WEL uit te nodigen:

    • Er zijn aanwijzingen dat een wijziging van doelgroep of type nodig is.
    • Er zijn aanwijzingen dat er een wijziging is van GV naar IAC (vraagt opmaak van een verslag M-decreet) nodig is of omgekeerd (in dit geval omzetting naar GV nodig of opheffing verslag M-decreet)
    • Men ervaart nood aan verwijzing naar externe diensten ( draaischijffunctie CLB)
    • Vragen rond onderwijsloopbaan (kan voorsommige leerlingen al starten in 4° of 5° leerjaar naargelang de problematiek/ wachtlijsten/noodzaak aan bijkomende diagnostiek
  • Follow-up formulier - Doel Follow-up formulier

    Een overzicht krijgen van de lopende ondersteuningen en eventuele stopzettingen.

    https://begeleiding-limburg.katholiekonderwijs.vlaanderen/content/info-voor-scholen

  • IAC - Wanneer mag je spreken van een IAC (= individueel aangepast curriculum)

    Enkel wanneer de leerling een verslag M-decreet heeft. Dit document geeft toegang tot het buitengewoon onderwijs of om met een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs mee te functioneren met leeftijdsgenoten.

    De school van gewoon onderwijs maakt voor deze leerling een IAC-plan samen met alle betrokkenen. Mogelijke betrokkenen: ouders, leerling, leerkracht, zorgcoördinator/ leerlingbegeleider, directieondersteuner, pedagogisch begeleider competentieontwikkeling , andere externen die met de leerling werken.

  • Ondersteuner - Wat doe ik als directeur gewoon onderwijs wanneer ik het gevoel heb dat de methode van de ondersteuner, die mij toegewezen is, niet helemaal aansluit bij mijn leerlingenbegeleiding?

    De spanning schoolcultuur – opdracht van de ondersteuner kan inderdaad reëel zijn. Om te beginnen moet de directie van het gewoon onderwijs rekening houden met het feit dat de ondersteuner tot een andere school(cultuur) behoort, zich vaak aan een aantal schoolculturen moet aanpassen en eigenlijk ook over een bepaalde autonomie beschikt. Tenslotte is het niet ongewoon dat een ondersteuner in de ene school wél goed functioneert en in de andere dan weer wat minder. Dat neemt niet weg dat de focus van de samenwerking moet liggen op de kwaliteit van de begeleiding op de klasvloer. Wat moet een directeur gewoon onderwijs nu best doen wanneer hij het gevoel heeft dat de methode van de ondersteuner, niet helemaal aansluit bij de schoolcultuur?

    • Mensen spreken mensen. Hij gaat eerst het gesprek aan met de ondersteuner zelf en probeert op een correcte wijze te benoemen waar de spanning zit. Best op de bal spelen en niet op de man!
    • Indien reeds tijdens het gesprek blijkt dat een oplossing niet in het verschiet ligt of wanneer nadien blijkt dat er amper iets veranderd is, brengt de directeur de ondersteuner ervan op de hoogte dat hij het gesprek met andere mensen zal aangaan …
    • … en dat zijn dan de directeur buitengewoon onderwijs (die immers de werkgever is van de ondersteuner) en de coördinator van het zorgloket.
  • Verslag - Wie schrijft het GV(gemotiveerd verslag) of V(verslag M-decreet)?

    Dit kan enkel geschreven worden door het CLB